ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ2525
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging paulianeuze overdracht handelsvoorraad wegens benadeling schuldeisers
De zaak betreft een geschil tussen de bewindvoerder in de schuldsanering van een failliete ondernemer en een schuldeiser die een handelsvoorraad heeft verkregen ter aflossing van een lening. De bewindvoerder stelt dat de overdracht van de handelsvoorraad een onverplichte rechtshandeling is die de gezamenlijke schuldeisers benadeelt en daarom vernietigd moet worden op grond van artikel 42 Faillissementswet Pro.
De rechtbank stelt vast dat de lening niet direct opeisbaar was en dat de overdracht van de handelsvoorraad daarom als een onverplichte rechtshandeling moet worden beschouwd. De schuldeiser was op de hoogte van de slechte financiële positie van de ondernemer en moest weten dat de overdracht de schuldeisers zou benadelen. De waarde van de handelsvoorraad is vastgesteld op €15.000, wat voldoende is onderbouwd door een voor akkoord ondertekend gespreksverslag.
De rechtbank wijst het beroep op niet-ontvankelijkheid en rechtsverwerking af en oordeelt dat de overdracht paulianeus is. De rechtshandeling wordt vernietigd en de schuldeiser wordt veroordeeld tot vergoeding van €15.000 aan de boedel, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. De schuldeiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de overdracht van de handelsvoorraad als paulianeuze rechtshandeling en veroordeelt de schuldeiser tot vergoeding van €15.000 aan de boedel.