ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ3553
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid vervoerder voor gesmolten ijsblokjes bij internationaal wegvervoer
Van Heezik, een vervoerder van goederen, kreeg van [x], een importeur en groothandel in ijsmachines, opdracht om 13.000 kg ijsblokjes van Kroatië naar Nederland te vervoeren en op te slaan. Na aflevering bleek dat de ijsblokjes waren gesmolten en opnieuw bevroren, waardoor afnemers de levering weigerden. [x] stelde Van Heezik aansprakelijk voor de schade.
Van Heezik vorderde betaling van transport- en opslagkosten, terwijl [x] deze vorderingen betwistte en een tegenvordering instelde wegens schadevergoeding. De rechtbank stelde vast dat de vrachtbrief geen voorbehoud bevatte over de staat van de goederen bij ontvangst, waardoor op grond van artikel 9 CMR Pro-Verdrag wordt vermoed dat de goederen in goede staat waren bij ontvangst door de vervoerder.
Het expertisebureau constateerde dat de ijsblokjes gesmolten waren geweest, maar kon de oorzaak niet vaststellen. Van Heezik had de loggegevens van het transport niet verstrekt, waardoor het onderzoek werd bemoeilijkt. De rechtbank bepaalde dat Van Heezik tegenbewijs moet leveren dat de ijsblokjes al gesmolten waren vóór ontvangst. Totdat dit bewijs is geleverd, worden verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft Van Heezik gelegenheid tegenbewijs te leveren over de staat van de ijsblokjes bij ontvangst.