ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ8826
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over reiskostenvergoeding volgens CAO Evenementenbegeleiding
In deze zaak staat de vraag centraal welke regeling geldt voor de reiskostenvergoeding tussen werkgever WWS en werknemer volgens de CAO Evenementenbegeleiding. Partijen hadden een afspraak gemaakt dat de vergoeding vanaf een fictieve woonplaats in de Randstad zou worden berekend, terwijl de werknemer feitelijk elders woonde. De kantonrechter oordeelt dat deze afspraak nietig is wegens strijd met de CAO.
De CAO bepaalt dat de werknemer de eerste 10 kilometer enkele reis voor eigen rekening neemt en dat de afstand wordt berekend vanaf de feitelijke woonplaats. De latere CAO-bepaling dat de werkgever extra kilometers kan laten vallen indien de werknemer op eigen initiatief verder weg gaat wonen, geldt niet met terugwerkende kracht. De woonplaats van de werknemer op 1 januari 2007 is bepalend.
De kantonrechter stelt vast dat vanaf 1 maart 2003 de CAO-regeling geldt en dat de reiskostenvergoeding moet worden berekend vanaf de feitelijke woonplaatsen van de werknemer, te weten eerst [woonplaats 2] en vanaf 1 april 2005 [woonplaats 1]. Proceskosten worden niet toegewezen en partijen dragen eigen kosten.
Uitkomst: De reiskostenvergoeding wordt berekend vanaf de feitelijke woonplaatsen van werknemer conform de CAO, en de afspraak over fictieve woonplaats is nietig.