ECLI:NL:RBLEE:2009:BK1657

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
30 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
295224 \ VZ VERZ 09-435
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:685 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst tijdens herplaatsingstraject

Friesland Bank heeft een verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die sinds 1973 in dienst is en momenteel boventallig is vanwege een reorganisatie. De werknemer bevindt zich in een herplaatsingstraject dat loopt tot 15 februari 2010. Friesland Bank verzocht om ontbinding per die datum, met een intrekkingstermijn tot 1 februari 2010, zodat het verzoek ingetrokken kan worden indien de werknemer alsnog wordt herplaatst.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat het verzoek niet samenhangt met een opzegverbod en dat de werknemer nog in het herplaatsingstraject zit. Er bestaat een reële mogelijkheid dat de werknemer nog een passende functie binnen Friesland Bank kan krijgen. Daarom kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat er een zodanige verandering in omstandigheden is die ontbinding rechtvaardigt.

De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding af en laat de vraag of een intrekkingstermijn toegestaan is in het kader van artikel 7:685 lid 9 BW Pro onbesproken. De proceskosten worden gecompenseerd door iedere partij haar eigen kosten te laten dragen.

Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen omdat de werknemer nog in een herplaatsingstraject zit met reële kans op herplaatsing.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector kanton
Locatie Leeuwarden
zaak-/rolnummer: 295224 \ VZ VERZ 09-435
beschikking van de kantonrechter d.d. 30 oktober 2009
inzake
de naamloze vennootschap
Friesland Bank N.V.,
hierna te noemen: Friesland Bank,
gevestigd te Leeuwarden,
verzoekster,
gemachtigde: mr. W.M. Veldjesgraaf,
tegen
[werknemer],
hierna te noemen: [werknemer],
wonende te [woonplaats],
verweerder,
gemachtigde: mr. O.A. van Oorschot.
Procesverloop
Friesland Bank heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 28 september 2009, verzocht de tussen haar en [werknemer] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van gewichtige redenen in de zin van artikel 7:685 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
Het verweerschrift van [werknemer] is binnengekomen op 28 september 2009.
De behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2009. Partijen hebben bij monde van hun gemachtigden hun standpunten nader uiteen gezet. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. Door Friesland Bank zijn producties in het geding gebracht en de gemachtigde van Friesland Bank heeft een pleitnota overgelegd. De beslissing is bepaald op heden.
Motivering
1. [werknemer] (59 jaar) is sedert 2 april 1973 in dienst bij Friesland Bank, laatstelijk in de functie van medewerker administratie, tegen een bruto salaris van € 2.754,92 per maand (excl. 8% vakantiegeld en 8,33% eindejaarsuitkering).
2. Friesland Bank heeft gesteld dat zij momenteel een reorganisatie doorvoert om haar concurrentiepositie te verbeteren. In het kader van deze reorganisatie is de arbeidsplaats van [werknemer] komen te vervallen. Dientengevolge is [werknemer] boventallig verklaard en heeft Friesland Bank, conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken, onderzocht of er mogelijkheden zijn om [werknemer] elders binnen de organisatie te herplaatsen. Friesland Bank heeft moeten vaststellen dat er op dit moment geen passende functie voor [werknemer] voorhanden is. Friesland Bank verzoekt de ontbinding uit te spreken per 15 februari 2010, onder toekenning van een vergoeding aan [werknemer] van € 163.449,40 (bruto).
Omdat [werknemer] nog in een herplaatsingstraject zit, bestaat de mogelijkheid dat hij nog binnen die herplaatsingstermijn een andere functie binnen Friesland Bank kan bekleden. Om die reden en om problemen met een onherroepelijke ontbindingsbeschikking te voorkomen, verzoekt Friesland Bank om haar in de ontbindingsbeschikking de mogelijkheid te geven het verzoek uiterlijk op 1 februari 2010 in te trekken. De reden waarom het ontbindingsverzoek reeds nu is ingediend, is dat in het sociaal plan is afgesproken dat de ontbindingsprocedure zodanig tijdig zal worden opgestart, dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst -met inachtneming van de fictieve opzegtermijn- kan plaatsvinden op de einddatum van het herplaatsingstraject, aldus Friesland Bank.
3. [werknemer] heeft verweer gevoerd. [werknemer] stelt dat hem van de verandering in de omstandigheden geen enkel verwijt valt te maken en volgens [werknemer] heeft Friesland Bank bij het doorvoeren van de reorganisatie onvoldoende rekening gehouden met zijn belangen. Primair concludeert [werknemer] tot afwijzing van het verzoek, subsidiair tot toewijzing conform het gestelde in het verzoekschrift.
4. Ingevolge art. 7:685 BW Pro is ieder der partijen te allen tijde bevoegd zich tot de kantonrechter te wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen te ontbinden. De kantonrechter kan het verzoek slechts inwilligen, indien hij zich ervan heeft vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod. Als gewichtige redenen worden onder meer beschouwd veranderingen in de omstandigheden, welke van dien aard zijn, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.
5. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.
6. De kantonrechter overweegt dat het vast staat dat [werknemer] nog in een herplaatsingstraject zit dat eerst op 15 februari 2010 eindigt. De kans bestaat dat het niet lukt om [werknemer] binnen Friesland Bank te herplaatsen en alsdan is er sprake van een verandering in de omstandigheden die de ontbinding kan rechtvaardigen. Maar het is evenzeer mogelijk dat er voor het einde van het herplaatsingstraject bij Friesland Bank wél een geschikte functie voor [werknemer] beschikbaar komt. De gemachtigde van Friesland Bank heeft ter zitting desgevraagd bevestigd dat zich dergelijke situaties reeds hebben voorgedaan. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat op grond van de vaststaande feiten thans niet met zekerheid kan worden vastgesteld of zich ten tijde van de verzochte ontbindingsdatum een zodanige verandering in de omstandigheden voordoet dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. De ontbinding kan om die reden niet worden uitgesproken, zodat het verzoek zal worden afgewezen. Nu art. 7:685 BW Pro, gelet op het voorgaande, niet kan worden toegepast, komt de kantonrechter niet toe aan de vraag of de ratio van art. 7:685 lid 9 BW Pro zich niet verzet tegen het opnemen van een intrekkingstermijn in verband met het nog lopende herplaatsingstraject, zoals gevraagd door Friesland Bank.
7. De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten tussen partijen te compenseren.
Beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek af;
compenseert de proceskosten in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Aldus gegeven te Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2009 door mr. T.K. Hoogslag, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.
c 209