ECLI:NL:RBLEE:2009:BK6858
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.H. de Groot
- J.A. van Loo
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen terugvordering huurtoeslag wegens voordeel uit sparen en beleggen
De rechtbank Leeuwarden behandelde het beroep van de erven van [X] tegen een besluit van de Belastingdienst tot terugvordering van huurtoeslag over het jaar 2007. De Belastingdienst had vastgesteld dat [X] geen recht had op huurtoeslag omdat hij in 2007 een voordeel uit sparen en beleggen had genoten, wat volgens de wet uitsluiting van toeslagrecht betekent.
De erven voerden onder meer aan dat tijdens de bezwaarprocedure ten onrechte geen hoorzitting had plaatsgevonden en dat het vermogen deels toebehoorde aan zes kinderen, waardoor het belastbare vermogen lager zou zijn dan vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat het horen van [X] niet verplicht was. Tevens werd vastgesteld dat de gegevens van de belastingaangifte leidend zijn, en dat de erven geen bezwaar hadden gemaakt tegen de inkomstenbelasting.
De rechtbank weigerde toepassing van de hardheidsclausule omdat de situatie niet viel binnen de limitatieve opsomming van de Uitvoeringsregeling Awir. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van huurtoeslag wordt ongegrond verklaard en de toepassing van de hardheidsclausule wordt afgewezen.