ECLI:NL:RBLEE:2009:BN2979
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens onjuiste waardering vordering op frauderende beleggingsadviseur
Eiser en zijn echtgenote hadden geldleningen verstrekt aan een beleggingsadviseur die hoge rendementen garandeerde, maar in werkelijkheid nauwelijks belegde en nieuwe inleggelden gebruikte om eerdere beleggers uit te betalen. De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag op waarbij de vordering op de adviseur per 31 december 2004 op nominale waarde werd gesteld.
De rechtbank oordeelt dat de waardering van de vordering moet plaatsvinden op basis van de werkelijke toestand per peildatum, waarbij ook later bekend geworden feiten die licht werpen op de solvabiliteit van de debiteur in aanmerking moeten worden genomen. De frauduleuze praktijk van de adviseur was reeds aanwezig op de peildatum, waardoor de vordering niet op nominale waarde maar op een lagere waarde van maximaal € 24.000 moet worden gesteld.
De navorderingsaanslag wordt vernietigd en de aanslag wordt verminderd tot nihil. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2004 wordt vernietigd en de aanslag verminderd tot nihil wegens juiste waardering van de vordering op de frauderende adviseur.