ECLI:NL:RBLEE:2010:BL0230
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ontzetting lidmaatschap coöperatie wegens onjuiste besluitvorming en disproportionaliteit
De zaak betreft het geschil tussen [X], lid van coöperatie AB, en AB zelf over het besluit tot ontzetting van [X] uit het lidmaatschap. [X] was tijdens zijn vakantie afhankelijk van een door AB aangewezen bedrijfsverzorger, [Y]. Tijdens deze periode ontstonden meerdere storingen aan de melkinstallaties, veroorzaakt door een onveilige elektrische situatie op het bedrijf van [X]. AB stelde dat deze situatie onveilig was en dat [X] niet had voldaan aan zijn verplichtingen uit het bedrijfsreglement, wat leidde tot ontzetting uit het lidmaatschap.
De rechtbank oordeelde dat het besluit tot ontzetting onrechtmatig was genomen omdat het bestuur en de raad van commissarissen gezamenlijk hadden besloten, terwijl de wet en statuten bepalen dat alleen het bestuur bevoegd is. Daarnaast was het besluit disproportioneel; AB had eerst een minder ingrijpende sanctie moeten toepassen. De onveilige situatie werd bevestigd door verklaringen en foto’s, maar de problemen waren niet veroorzaakt door ondeskundig handelen van de bedrijfsverzorger. Het beroep van [X] tegen het besluit werd ongegrond verklaard door de raad van commissarissen, maar de rechtbank stelde dat dit niet de juiste procedure was.
Verder werd het beroep van AB op het exoneratiebeding in de statuten geaccepteerd, waardoor AB niet aansprakelijk was voor de door [X] gevorderde schadevergoeding. De factuur van AB voor de geleverde diensten werd door de rechtbank toegewezen, inclusief buitengerechtelijke incassokosten, maar zonder rente over die kosten. De rechtbank bepaalde dat AB [X] binnen zeven dagen moest herstellen in zijn lidmaatschapsrechten onder dreiging van een dwangsom.
De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd, waarbij [X] werd veroordeeld in de kosten aan de zijde van AB. Dit vonnis onderstreept het belang van correcte besluitvorming binnen coöperaties en de proportionaliteit van bestuursmaatregelen.
Uitkomst: Het besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap wordt vernietigd en [X] wordt hersteld in zijn lidmaatschapsrechten; [X] wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande factuur aan AB.