ECLI:NL:RBLEE:2010:BL7111
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Essent wegens onvoldoende bewijs elektriciteitsverbruik op eindfactuur
Essent Retail Energie B.V. vorderde betaling van een eindfactuur voor elektriciteitsverbruik door haar klant gedurende een bouwaansluitingperiode. De klant betwistte de juistheid van het verbruik, dat volgens hem onrealistisch hoog was in vergelijking met een vergelijkbaar project. Essent baseerde haar vordering op een meterstand die was opgenomen bij het verwijderen van de elektriciteitsmeter, welke meter daarna werd verschroot.
De klant maakte bezwaar en voerde aan dat het verbruik niet overeenkwam met de feitelijke situatie en dat de meter mogelijk defect was. Essent verwees naar haar algemene voorwaarden waarin wordt gesteld dat meetgegevens geacht worden juist te zijn, tenzij er twijfel bestaat die kan leiden tot een deskundigenonderzoek. De rechtbank oordeelde dat er voldoende reden was voor twijfel bij de klant en dat een dergelijk onderzoek noodzakelijk was geweest, maar dat dit onmogelijk was geworden doordat de meter was verschroot.
De rechtbank stelde vast dat Essent zich niet op het bewijsvoorschrift in haar algemene voorwaarden kon beroepen omdat zij wist dat het beleid van metervernietiging een onderzoek onmogelijk maakte. Essent had onvoldoende feiten en bewijs geleverd om aan te tonen dat de klant het verbruik had gedaan zoals gefactureerd. Daarom werd de vordering afgewezen en werd Essent veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Essent af wegens onvoldoende bewijs van het opgegeven elektriciteitsverbruik.