ECLI:NL:RBLEE:2010:BL9717
Rechtbank Leeuwarden
- Raadkamer
- J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme
- H. Mol
- F. Kleefman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep officier van justitie op vordering tot vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende vluchtgevaar
De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen de afwijzing van de vordering tot voorlopige hechtenis (vreemdelingenbewaring) van verdachte, die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft en wordt verdacht van een overtreding van artikel 197 Sr Pro. De rechtbank beoordeelde eerst of sprake was van een 'geval' voor voorlopige hechtenis op grond van artikel 67 Sv Pro en concludeerde dat dit het geval was.
Vervolgens onderzocht de rechtbank of er gronden voor voorlopige hechtenis aanwezig waren, waarbij vluchtgevaar als eerste grond werd aangevoerd. Verdachte was meerdere malen in vreemdelingenbewaring geweest en ondanks het ontbreken van een vaste verblijfplaats was er geen concreet bewijs van ernstig vluchtgevaar. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een vaste verblijfplaats op zichzelf onvoldoende was om vluchtgevaar aan te nemen.
De officier voerde ook aan dat verdachte een gevaar vormde voor de openbare orde en nationale veiligheid, maar de rechtbank stelde dat dit niet aannemelijk was en dat overtreding van artikel 197 Sr Pro niet gelijkstaat aan een bedreiging van de nationale veiligheid. Daarnaast werd het argument van gevaar voor de algemene veiligheid wegens gebrek aan middelen van bestaan verworpen, omdat verdachte een relatief schoon strafblad had.
De rechtbank verklaarde het hoger beroep van de officier van justitie ongegrond en bevestigde de beslissing van de rechter-commissaris om de vordering tot bewaring af te wijzen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de officier van justitie wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vordering tot vreemdelingenbewaring wordt bevestigd.