Inhoudelijke overwegingen
4.1 Blijkens artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wzt wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen, tenzij anders is geregeld, onder zorgverzekering verstaan: de schadeverzekering, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Zvw.
4.2 Blijkens dat laatste artikel wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder zorgverzekering verstaan: een tussen een zorgverzekeraar en een verzekeringnemer ten behoeve van een verzekeringsplichtige gesloten schadeverzekering, die voldoet aan hetgeen daarover bij of krachtens deze wet is geregeld, en waarvan de verzekerde prestaties het bij of krachtens deze wet geregelde niet te boven gaan. Volgens onderdeel e van het eerste lid van dit artikel wordt voorts onder verzekeringsplichtige verstaan: degene die op grond van artikel 2 verplicht is zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren of te laten verzekeren. In artikel 2, eerste lid, van de Zvw is bepaald dat degene die ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de daarop gebaseerde regelgeving van rechtswege verzekerd is, verplicht is zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren of te laten verzekeren tegen het in artikel 10 bedoelde risico.
4.3 Blijkens artikel 10 van de Zvw is het krachtens de zorgverzekering te verzekeren risico de behoefte aan:
a. geneeskundige zorg, waaronder de integrale eerstelijnszorg zoals die door huisartsen en verloskundigen pleegt te geschieden;
b. mondzorg;
c. farmaceutische zorg;
d. hulpmiddelenzorg;
e. verpleging;
f. verzorging, waaronder de kraamzorg;
g. verblijf in verband met geneeskundige zorg;
h. vervoer in verband met het ontvangen van zorg of diensten als bedoeld in de onderdelen a tot en met g, dan wel in verband met een aanspraak op grond van de AWBZ.
4.4 Zoals ter zitting nader is gebleken, is niet in geschil dat [X] in de in geding zijnde periode in Nederland woonde, op grond daarvan van rechtswege verzekerd was voor de AWBZ en daarom verplicht was zich te verzekeren tegen het in artikel 10 van de Zvw bedoelde risico. De vraag die voorligt is dus of de Studentenpolis van [X] voldoet aan de voorwaarde dat het gaat om een zorgverzekering die de in artikel 10 van de Zvw opgesomde risico's verzekert. Eerst dan heeft [X] recht op een toeslag ingevolge de Wzt.
4.5 Uit onderdeel I van de "Verzekeringsvoorwaarden Studentenpolis 2007", behorend bij de ziektekostenverzekering die [X] voor 2007 heeft afgesloten, blijkt, dat tot het standaardpakket behoren onder meer ziekenhuisverpleging (2.1), revalidatie en dagverpleging (2.2) poliklinische specialistische hulp (2.4), bevalling en kraamzorg (2.7 ), tandheelkundige hulp (2.8), ziekenvervoer (2.9), hulpmiddelen (2.10) en farmaceutische hulp (2.11). Voorts blijkt uit deze voorwaarden dat de huisartsenhulp niet in het standaardpakket is verzekerd, maar via een aanvullende verzekering kan worden bijverzekerd (onderdeel II van de voorwaarden). Uit het enkele gegeven dat de huisartsenhulp volgens deze voorwaarden niet in het standaardpakket zit, kan echter niet de conclusie worden getrokken dat de verzekering van [X] geen ziektekostenverzekering is die voldoet aan artikel 10 van de Zvw. Uit het polisblad blijkt namelijk uitdrukkelijk dat zij verzekerd is op grond van een basisverzekering inclusief huisarts (met daarnaast als aanvullende verzekering een Tandartsverzekering Studenten).
4.6 De rechtbank is van oordeel dat het polisblad het bewijs is van de verzekeringsovereenkomst tussen [X] en VPZ Assuradeuren. Aan de inhoud van die overeenkomst moet de doorslag worden gegeven boven een document met standaardvoorwaarden, waarnaar de polis weliswaar verwijst, maar die kennelijk niet op haar situatie van toepassing zijn. Daarom kan in dit verband ook geen doorslaggevende waarde worden gehecht aan de begeleidende brief, waarmee VPZ Assuradeuren de polis aan [X] heeft gestuurd. De rechtbank kan evenmin enig belang hechten aan de clausule in de standaardvoorwaarden, op grond waarvan [X] verplicht is onder meer mededeling te doen van het van kracht worden van een verzekering (9). Immers, daarmee is nog niet gezegd dat haar studentenpolis niet aan de voorwaarden van de Zvw voldoet: niet poliswaarden maar de wettelijke eisen bepalen wat een zorgverzekering in de zin van de Zvw is en wat niet.
4.7 [X] heeft ten slotte blijkens de stukken die zij op 9 maart 2010 aan de rechtbank heeft ingezonden, in 2007 aan premie zorgverzekering € 74,34 per maand betaald, een bedrag dat de rechtbank voor één, jeugdig, persoon niet als bijzonder laag voorkomt.
4.8 De rechtbank is al met al van oordeel dat de polis van [X] een ziektekostenverzekering betreft die voldoet aan artikel 10 van de Zvw. Zij zal het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit wegens strijd met de Wzt vernietigen. Voorts zal de rechtbank onder toepassing van het bepaalde in artikel 8:72, vierde lid, van de Awb, zelf in de zaak voorzien door het primaire besluit van 30 juni 2009 te herroepen.
4.9 Met toepassing van artikel 8:75 van de Awb veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst in de proceskosten. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht bedragen de proceskosten van [X] € 322,00 ter zake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (verschijnen ter zitting één punt; gewicht van de zaak: gemiddeld; waarde per punt € 322,00).