ECLI:NL:RBLEE:2010:BM8947
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontbreken materiële wederrechtelijkheid bij oormerken schapen
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 11 september 2008 in de gemeente Smallingerland 90 schapen hield die niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren waren geïdentificeerd en geregistreerd. De officier van justitie vorderde een geldboete of vervangende hechtenis.
De economische politierechter achtte het ten laste gelegde bewezen, maar oordeelde dat het niet strafbaar was vanwege het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid. Verdachte had bewust gewacht met het oormerken van lammeren vanwege een latent aanwezige besmetting met het virus ecthyma, wat ernstige gezondheidsproblemen bij de dieren kan veroorzaken. Dit werd onderbouwd met foto’s, een dierenartsverklaring, een vaktijdschriftartikel en een praktijkonderzoek.
De rechter stelde vast dat de inspecties op de dag van het feit geen specifieke beoordeling van ecthyma bevatten en dat het mogelijk was dat het uitstel van oormerken juist het welzijn van de dieren had beschermd. Er was sprake van een conflict tussen de wettelijke plicht tot tijdig oormerken en de plicht tot dierenwelzijn. De latere wetswijziging die de merktermijn verruimde naar zes maanden bevestigde dat de oorspronkelijke termijn te strikt was. Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid bij het niet tijdig oormerken van schapen.