ECLI:NL:RBLEE:2010:BN2108
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident over kwalificatie overeenkomst en toepasselijk recht tussen bouwkundig bureau en architect
In deze zaak staat een bevoegdheidsincident centraal waarbij Crepain betwist dat de rechtbank Leeuwarden bevoegd is om kennis te nemen van het geschil met Bouwkundig Facilitair Bureau Nova (BFB Nova). BFB Nova vordert betaling van openstaande declaraties en schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging van een opdracht voor tekenwerkzaamheden in het kader van een bouwproject.
De rechtbank beoordeelt eerst de aard van de overeenkomst tussen partijen. Zij concludeert dat het niet gaat om een koopovereenkomst van roerende zaken, maar om een overeenkomst tot het verrichten van diensten, bestaande uit tekenwerkzaamheden en controle van bouwtekeningen. Vervolgens onderzoekt de rechtbank de toepasselijkheid van de EEX-Verordening en stelt vast dat de Belgische rechter bevoegd is op grond van woonplaats, maar dat de Nederlandse rechter bevoegd kan zijn op grond van de plaats van uitvoering van de verbintenis.
Omdat partijen geen specifieke plaats van uitvoering van de diensten of betaling hebben afgesproken, past de rechtbank Nederlands recht toe, conform het rechtskeuzebeding in de algemene voorwaarden (SR 1997) die onderdeel uitmaken van de overeenkomst. De rechtbank oordeelt dat BFB Nova haar diensten in Nederland verricht en dat betaling aan haar plaats van vestiging in Joure moet plaatsvinden, waardoor de rechtbank Leeuwarden relatief bevoegd is.
De incidentele vordering van Crepain tot onbevoegdverklaring wordt afgewezen en Crepain wordt veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot onbevoegdverklaring af en bevestigt haar bevoegdheid om van het geschil kennis te nemen.