ECLI:NL:RBLEE:2010:BO0508
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechter beslist over urencriterium en interne compensatie bij paardenhouderij
Eiser stelde beroep in tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2005, waarbij de Belastingdienst het resultaat uit de paarden- en schapenhouderij niet als bron van inkomen erkende en het urencriterium voor startersaftrek betwistte. De rechtbank stelde vast dat eiser in 2005 een onderneming dreef met de paarden- en schapenhouderij en dat er een redelijke verwachting van toekomstig voordeel was, zodat dit als winst uit onderneming moest worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde echter dat de werkzaamheden op agrarisch en fiscaal-financieel gebied niet als winst uit onderneming konden worden beschouwd vanwege beperkte omvang en duurzaamheid, waardoor deze als resultaat uit overige werkzaamheden moesten worden aangemerkt. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij voldeed aan het urencriterium, waardoor recht op starters- en zelfstandigenaftrek en willekeurige afschrijving werd ontzegd.
Verder wees de rechtbank het beroep van verweerder op interne compensatie voor renteaftrek op scholingskosten af, gelet op een eerdere toezegging en het vertrouwensbeginsel. Wel werd het interne compensatieberoep voor een rekenfout met resultaat uit overige werkzaamheden gehonoreerd. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 8.127 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 596. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2005 is verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 8.127 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 596.