ECLI:NL:RBLEE:2010:BO3010
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over aanslag en boete schenking nalatenschap
Belanghebbende ontving in 2004 grote sommen geld van zijn tante, de erflaatster, die hij beweerde contant aan haar te hebben teruggegeven. Na haar overlijden deed belanghebbende onder druk van mede-erfgenamen afstand van zijn erfdeel. De inspecteur legde een aanslag in het recht van schenking op van €50.000 en een vergrijpboete van €11.014 wegens het niet verstrekken van gevraagde inlichtingen.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bedragen niet als schenking moeten worden aangemerkt. De verklaring dat hij de bedragen contant aan erflaatster heeft teruggegeven werd niet geloofd, mede gelet op het uitgavenpatroon en de financiële situatie van erflaatster. De inspecteur mocht om inzage en inlichtingen vragen, maar het niet verstrekken van bepaalde stukken werd niet als ernstig verzuim aangemerkt, behalve voor de stukken van de civiele procedure.
De omkering van de bewijslast was terecht toegepast, maar de boete werd vernietigd omdat geen aangiftebiljet was uitgereikt, waardoor het niet doen van aangifte niet kon worden vastgesteld. De aanslag was gebaseerd op een redelijke schatting van de ontvangen bedragen. Het beroep werd gegrond verklaard voor de boete en ongegrond voor de aanslag.
Uitkomst: Beroep gegrond voor boete en ongegrond voor aanslag; boete vernietigd wegens ontbreken aangiftebiljet, aanslag bevestigd op redelijke schatting.