ECLI:NL:RBLEE:2010:BO3175
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op vergoeding werkelijke proceskosten bij naheffingsaanslag loonheffing en boete
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag loonheffing en een boete opgelegd door de inspecteur. De inspecteur had bij uitspraak op bezwaar een forfaitaire proceskostenvergoeding toegekend van € 218 en de boete verminderd naar nihil. Belanghebbende vorderde vergoeding van de werkelijke kosten van de rechtsbijstand in bezwaar en beroep.
De rechtbank overwoog dat belanghebbende een pleitbaar standpunt had ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag en boete, mede gelet op eerdere jurisprudentie van rechtbank Arnhem. Hierdoor stond vast dat de boete en de beperkte proceskostenvergoeding geen stand zouden houden in een procedure. Daarom moest de forfaitaire vergoeding worden vervangen door vergoeding van de werkelijke kosten, vastgesteld op € 7.808,78 inclusief btw.
Voor het verzoek om schadevergoeding van kosten gemaakt voorafgaand aan het opleggen van de boete oordeelde de rechtbank dat dit geen schade in de zin van artikel 8:73 Awb Pro betreft en dat dit uitsluitend door de civiele rechter kan worden beoordeeld. De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding daarom af en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de werkelijke proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter C.A.F.M. Stassen en is openbaar uitgesproken op 29 oktober 2010. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt vergoeding van werkelijke proceskosten in bezwaar en beroep, schadevergoeding voorafgaand aan boete niet door belastingrechter toegekend.