ECLI:NL:RBLEE:2010:BO3262
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens gedeeltelijke tegemoetkoming Belastingdienst
Verzoekster stelde beroep in tegen een ambtshalve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2006, inclusief heffingsrente en een boetebeschikking. De Belastingdienst handhaafde aanvankelijk de aanslag en boete, maar heeft deze later verminderd na bezwaar van verzoekster.
Verzoekster trok vervolgens haar beroep in en verzocht gelijktijdig om een proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Belastingdienst stelde zich primair op het standpunt dat geen vergoeding toekwam en subsidiair dat de vergoeding beperkt moest blijven vanwege de lichte aard van de zaak.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster redelijkerwijs nog geen kennis had kunnen nemen van de verminderingsbeschikking ten tijde van het instellen van het beroep. Daarom was het verzoek tot proceskostenvergoeding gegrond. De hoogte van de vergoeding werd vastgesteld op € 80,50, zijnde een kwart punt volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 41 door de Belastingdienst moet worden vergoed zonder afzonderlijke rechterlijke beslissing. De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tot betaling van de proceskosten aan de griffier.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot betaling van € 80,50 proceskostenvergoeding aan verzoekster.