ECLI:NL:RBLEE:2010:BO4260
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek ontkenning vaderschap wegens termijnoverschrijding
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben samen een kind, [X], geboren in 1993 tijdens het huwelijk. Na de scheiding in 1996 is er nauwelijks contact geweest tussen de man en het kind. De man verzoekt de ontkenning van zijn vaderschap omdat hij niet de biologische vader zou zijn, een vermoeden dat hij pas in 2009 bevestigd kreeg van de vrouw.
De vrouw stelt dat zij de man al in 1996 heeft geïnformeerd over het ontbreken van biologische vaderschap, wat door de man niet is betwist. De bijzondere curator vertegenwoordigt het belang van het minderjarige kind en geeft aan dat handhaving van de termijn uit artikel 1:200 BW Pro geen bezwaar oplevert.
De rechtbank concludeert dat de man de wettelijke termijn van één jaar na het bekend worden van het vermoedelijke niet-vaderschap heeft overschreden. Gezien het belang van het kind en de rechtszekerheid acht de rechtbank handhaving van deze termijn noodzakelijk. De man wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het toestaan van DNA-onderzoek en wijst op de mogelijkheid voor het kind zelf een verzoek in te dienen.
Uitkomst: De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot ontkenning van het vaderschap wegens overschrijding van de wettelijke termijn.