ECLI:NL:RBLEE:2010:BO7629
Rechtbank Leeuwarden
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over ontruiming bovenwoning als afhankelijke woning in huurrecht
De zaak betreft een executiegeschil tussen verhuurder [A] en onderhuurder [B] over de ontruiming van een bovenwoning die deel uitmaakt van een bedrijfsruimtecomplex. [A] had de bedrijfsruimte verhuurd aan [C] en [D], die de ruimte exploiteerden als snooker- en biljartcentrum. De bovenwoning was aan derden verhuurd, waaronder uiteindelijk [B].
Na klachten over geluidsoverlast en een gemeentelijk besluit dat livemuziek in de bovenzaal alleen was toegestaan als de bovenwoning als bedrijfswoning werd gebruikt, werd de huurovereenkomst tussen [A] en [C] ontbonden en ontruiming bevolen. [A] vordert dat [B] meewerkt aan de executie van dit vonnis en de bovenwoning ontruimt.
De rechtbank stelt vast dat de bovenwoning als een afhankelijke woning in de zin van art. 7:290 lid 3 BW Pro moet worden aangemerkt, mede omdat de exploitatie van de bedrijfsruimte afhankelijk is van bewoning van de bovenwoning als bedrijfswoning. Hierdoor kan [B] geen beroep doen op huurbescherming uit hoofde van art. 7:269 BW Pro. De rechtbank veroordeelt [B] tot medewerking aan de ontruiming binnen vier weken na betekening van het vonnis en wijst de proceskosten toe aan [A].
Uitkomst: De onderhuurder moet meewerken aan de ontruiming van de bovenwoning binnen vier weken na betekening van het vonnis.