ECLI:NL:RBLEE:2010:BV1945
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling van belastingaanslagen en heffingsrente over meerdere jaren
Eiser, een accountant en directeur van een BV, betwistte de door de Belastingdienst opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (IB/PVV), premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), premie ziekenfondsverzekering (ZFW) en de daarbij berekende heffingsrente over de jaren 1996 tot en met 2006.
De rechtbank onderzocht diverse correcties die de Belastingdienst had aangebracht ten opzichte van de door eiser ingediende aangiften, waaronder het niet toekennen van zelfstandigenaftrek wegens onvoldoende bewijs van het urencriterium, het niet aftrekken van pensioenpremies en lijfrentepremies omdat de BV niet als verzekeraar kan worden aangemerkt, en het toepassen van het gebruikelijk loon voor de directeur-grootaandeelhouder. Ook werden correcties op aftrek van huisvestingskosten, kosten levensonderhoud kinderen, rente van minderjarige kinderen en buitengewone lasten in verband met de schoonmoeder beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd om de correcties van de Belastingdienst te weerleggen, met uitzondering van de verhoging voor het jaar 1997 die werd verminderd tot nihil. Daarnaast werd geoordeeld dat de berekende heffingsrente terecht was toegepast volgens de wettelijke bepalingen. De beroepen over de overige jaren werden ongegrond verklaard.
Partijen konden tegen deze uitspraak binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep over de aanslag IB/PVV 1997 is gegrond verklaard en de verhoging tot nihil verminderd; de overige beroepen zijn ongegrond verklaard.