ECLI:NL:RBLEE:2011:BO9754
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen last onder dwangsom voor gebruik steiger in strijd met concentratiebeleid
Eigen Veerdienst Terschelling B.V. (EVT) voerde een veerdienst vanaf een steiger in de Kom van de haven van Terschelling zonder ligplaatsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders legde een last onder dwangsom op om het in- en uitstappen van passagiers op deze steiger te verbieden, omdat dit in strijd is met het concentratiebeleid en de steiger ongeschikt is.
EVT stelde dat het besluit niet rechtsgeldig bekend is gemaakt, dat het college niet bevoegd was tot handhaving en dat het concentratiebeleid onredelijk is. De rechtbank oordeelde dat het besluit rechtsgeldig aan de gemachtigde van EVT was bekendgemaakt en dat EVT geen belanghebbende was voor de mede-eiser Stortemelk.
De rechtbank bevestigde dat EVT zonder ligplaatsvergunning handelt in strijd met de Havenverordening en dat het college bevoegd was preventief op te treden. Het concentratiebeleid is rechtmatig en het gebruik van de steiger voor veerdiensten wijkt wezenlijk af van het gedoogde gebruik voor rondvaarten.
Er was geen sprake van willekeur, misbruik van bevoegdheid of onevenredigheid. Het beroep van EVT werd ongegrond verklaard, het beroep van Stortemelk niet-ontvankelijk en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van Eigen Veerdienst Terschelling B.V. tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard.