ECLI:NL:RBLEE:2011:BP3635
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd aan advocaat wegens inzet van vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning
De rechtbank Leeuwarden behandelde een zaak waarin een advocaat een boete van €4.000 opgelegd kreeg wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De overtreding bestond uit het laten optreden van een vreemdeling van Iraakse nationaliteit als gemachtigde in verblijfsrechtelijke procedures en het laten verrichten van tolkwerkzaamheden zonder dat deze vreemdeling beschikte over een tewerkstellingsvergunning. De advocaat betwistte de bevoegdheid tot boeteoplegging en stelde dat de vreemdeling geen werkzaamheden had verricht.
De rechtbank oordeelde dat de boete binnen de wettelijke termijn was opgelegd en dat de vreemdeling daadwerkelijk werkzaamheden had verricht voor de advocaat zonder geldige vergunning. De rechtbank verwierp het verweer dat de boete willekeurig was vastgesteld en wees het beroep op het gelijkheidsbeginsel af. Ook de gezondheidssituatie van de advocaat en het geringe aantal tolkuren vormden geen grond voor matiging van de boete.
De rechtbank concludeerde dat de boete terecht was opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €4.000 wegens het laten verrichten van werkzaamheden door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning en wijst het beroep af.