ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ0943
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P. Schulting
- Rechtspraak.nl
Beëindiging samenwerkingsovereenkomst leidt niet automatisch tot einde huurovereenkomst
GGZ Friesland en het Antonius Ziekenhuis sloten in 1999 een samenwerkingsovereenkomst voor de oprichting van een Multifunctionele Eenheid (MFE). In 2000 huurde GGZ Friesland ruimten van het Antonius Ziekenhuis, vastgelegd in een huurovereenkomst van augustus 2004 voor onbepaalde tijd. In 2008 besloten partijen de samenwerking per 1 januari 2009 te beëindigen, waarna afspraken werden gemaakt over de ontvlechting en het gebruik van ruimten.
GGZ Friesland betwistte dat de huurovereenkomst door de beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst was geëindigd en stelde dat de afspraken uit 2009 wijzigingen van de bestaande huurovereenkomst zijn. Het Antonius Ziekenhuis stelde dat de oude huurovereenkomst was vervangen door een nieuwe conceptovereenkomst, wat de rechtbank verwierp wegens gebrek aan overeenstemming over essentiële onderdelen zoals huurprijs.
De rechtbank oordeelde dat de huurovereenkomst van 2004 onverminderd van kracht blijft, met inachtneming van de afspraken uit april 2009. Een beroep op onvoorziene omstandigheden om de huurovereenkomst te wijzigen werd afgewezen, omdat de omstandigheden niet zodanig waren dat ongewijzigde instandhouding onredelijk was. De vordering tot ontruiming van de roze en PMT-ruimten werd toegewezen conform de gemaakte afspraken.
De proceskosten werden verdeeld tussen partijen, waarbij het Antonius Ziekenhuis in conventie werd veroordeeld tot betaling van kosten aan GGZ Friesland. De uitspraak bevestigt de bescherming van huurders bij beëindiging van samenwerkingsverbanden en benadrukt het belang van duidelijke overeenstemming over nieuwe huurovereenkomsten.
Uitkomst: De oude huurovereenkomst blijft van kracht met inachtneming van de afspraken uit 2009 en GGZ Friesland moet de roze en PMT-ruimten ontruimen.