ECLI:NL:RBLEE:2011:BR5241
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen wegens onvoldoende voortvarendheid en strijd met EG-Verdrag
Eiseres werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over de jaren 1993 tot en met 1997, inclusief boetes en heffingsrente. De aanslagen waren gebaseerd op buitenlandse bankrekeningen en contante opnames die niet waren aangegeven. Verweerder stelde dat eiseres onjuiste aangiften had gedaan en dat de navorderingstermijn verlengd kon worden op grond van artikel 16, vierde lid, AWR.
Eiseres voerde aan dat de inspecteur onvoldoende voortvarend had gehandeld bij het opleggen van de navorderingsaanslagen, waardoor de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing was. Tevens betwistte zij de hoogte van de aanslagen en de boetes, onder meer vanwege strijd met het EVRM en het EG-Verdrag.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur pas vanaf 4 februari 2003 over de benodigde aanwijzingen beschikte en dat het opleggen van de eerste navorderingsaanslagen pas op 15 december 2005 plaatsvond, wat niet met voldoende voortvarendheid gebeurde. Ook was het lopende strafrechtelijk onderzoek geen reden om de belastingheffing op te schorten. Hierdoor waren de navorderingsaanslagen in strijd met de artikelen 49 en 56 van het EG-Verdrag.
De rechtbank vernietigde daarom de navorderingsaanslagen, de daarin begrepen verhogingen en de beschikkingen heffingsrente. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres. Het beroep werd gegrond verklaard en verdere grieven behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen, verhogingen en heffingsrente worden vernietigd wegens onvoldoende voortvarendheid en strijd met het EG-Verdrag.