ECLI:NL:RBLEE:2011:BR5424
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing omgevingsvergunning voor het kappen van 93 bomen wegens onvoldoende onderbouwing weigeringsgronden
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland op 4 juli 2011 aan Buro Hollema BNT heeft verleend voor het kappen van 93 bomen in Drachten. Zij vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoekers een spoedeisend belang hadden en dat het verzoek ontvankelijk was. Juridisch werd beoordeeld dat de omgevingsvergunning alleen op de in de APV genoemde weigeringsgronden kan worden geweigerd. Verzoekers stelden dat de bomen natuurwaarde en leefbaarheid bevorderen, maar dit viel niet onder de APV-weigeringsgronden.
Het college stelde dat er geen weigeringsgronden waren, maar kon dit standpunt niet onderbouwen omdat er geen verslag was van de medewerkers die de bomen hadden beoordeeld. Hierdoor kon de voorzieningenrechter niet toetsen of de vergunning in bezwaar stand zou houden.
Om onomkeerbare gevolgen te voorkomen, besloot de voorzieningenrechter de vergunning te schorsen tot twee weken na de beslissing op bezwaar, met een mogelijke verlenging bij een vervolgverzoek. De proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor rechtsmiddel.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor het kappen van 93 bomen is geschorst wegens onvoldoende onderbouwing van het ontbreken van weigeringsgronden.