ECLI:NL:RBLEE:2011:BR5868

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
8 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
339650 \ VZ VERZ 10-499
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:685 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende bedrijfseconomische noodzaak

Tre Sensi B.V. heeft bij de rechtbank Leeuwarden verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar werknemer, [verweerder], wegens bedrijfseconomische omstandigheden. [Verweerder] was sinds juni 2009 in dienst als chef-kok en kreeg in juni 2010 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In september 2010 werd hij op non-actief gesteld en ontving sindsdien geen salaris meer.

Tre Sensi stelde dat zij verlies leed en financieel genoodzaakt was te bezuinigen, onder meer op salarissen, en verzocht ontbinding met een vergoeding van één maandsalaris. Ter onderbouwing overhandigde zij een kolommenbalans 2010, een bankafschrift en een brief van een accountant. [Verweerder] voerde verweer en stelde dat de bedrijfseconomische noodzaak onvoldoende was aangetoond, mede omdat belangrijke stukken zoals jaarrekeningen ontbraken.

De kantonrechter oordeelde dat Tre Sensi onvoldoende bewijs had geleverd van de bedrijfseconomische situatie. De overgelegde financiële stukken waren niet gecontroleerd, bevatten tegenstrijdigheden en boden onvoldoende inzicht. De brief van de accountant was onduidelijk en onvoldoende onderbouwd. Daarom werd het ontbindingsverzoek afgewezen. De proceskosten werden zo verdeeld dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het ontbindingsverzoek van Tre Sensi wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van bedrijfseconomische noodzaak.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector kanton
Locatie Heerenveen
zaak-/rolnummer: 339650 \ VZ VERZ 10-499
beschikking van de kantonrechter d.d. 8 februari 2011
inzake
de besloten vennootschap Tre Sensi B.V.,
hierna te noemen: Tre Sensi,
gevestigd te Bantega,
verzoekster,
gemachtigde: mr. C.C. Roza,
tegen
[verweerder],
hierna te noemen: [verweerder],
wonende te [woonplaats],
verweerder,
gemachtigde: mr. D. Beljon.
Het procesverloop
Tre Sensi heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 13 december 2010, verzocht de tussen haar en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van gewichtige redenen in de zin van artikel 7: 685 BW.
Het verweerschrift van [verweerder] is binnengekomen op 21 januari 2011.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 januari 2011. Ter zitting zijn verschenen de heer [X] namens Tre Sensi, bijgestaan door zijn gemachtigde, en de heer [verweerder], eveneens bijgestaan door zijn gemachtigde.
De gemachtigde van Tre Sensi heeft voorafgaand aan de zitting producties in het geding gebracht. Van het behandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt.
Motivering
De feiten
1. In deze procedure geldt het volgende als vaststaand.
1.1. Tre Sensi exploiteert een restaurant. Bestuurders van Tre Sensi zijn HoHo B.V. - bestuurd door [A]-, [B] en [C].
1.2. [verweerder], geboren [datum], is sinds 1 juni 2009 in dienst bij Tre Sensi, laatstelijk in de functie van chef-kok, tegen een bruto salaris van € 2.634,67 per maand, exclusief vakantietoeslag. Na een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is per 1 juni 2010 de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd verlengd.
1.3. [verweerder] is op 18 september 2010 op non-actief gesteld. [verweerder] heeft sinds december 2010 geen salaris ontvangen.
De standpunten van partijen
2.1. Op grond van bedrijfseconomische omstandigheden heeft Tre Sensi verzocht de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden per 1 januari 2011, onder toekenning van een vergoeding aan [verweerder] van € 2.634,67 bruto.
2.2. Tre Sensi heeft daartoe gesteld dat zij tot op heden verlies lijdt en geen winstgevende onderneming meer drijft. Tre Sensi heeft ter onderbouwing van die stelling een schrijven van Terpstra Accountants d.d. 19 januari 2011, een rekeningafschrift van de Friesland Bank d.d. 31 december 2010 en een kolommenbalans 2010 overgelegd. De grootste kostenpost van de onderneming is de post salarissen, zodat Tre Sensi zich genoodzaakt ziet om hierop te bezuinigen. Tre Sensi heeft voorts aangevoerd dat haar bestuurder(s) ten tijde van het aanbieden van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet op de hoogte wa(s)(ren) van financiële situatie.
3.1. [verweerder] heeft verweer gevoerd. [verweerder] heeft daarbij primair verzocht het verzoek af te wijzen. Hij heeft de heer [X] in april/mei 2010 uitdrukkelijk gevraagd of hij er vanuit kon gaan dat hij minimaal nog voor één jaar werk had. Toen is meegedeeld dat de financiën voor de komende 2 à 3 jaar voldoende waren. In juni 2010 heeft hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gekregen. In september 2010 werd hem door de heer en mevrouw [X] meegedeeld dat er voor hem geen toekomst meer was bij
Tre Sensi. Vervolgens heeft Tre Sensi drie maanden gewacht met het indienen van een ontbindingsverzoek.
3.2. [verweerder] stelt dat Tre Sensi de door haar gestelde bedrijfseconomische omstandigheden onvoldoende heeft onderbouwd en aangetoond. Naar analogie van de informatie die bij een UWV-procedure verschaft dient te worden, dienen - om te kunnen beoordelen of er daadwerkelijk sprake is van bedrijfseconomische gronden - diverse bescheiden in het geding te worden gebracht die inzicht verschaffen in de bedrijfseconomische situatie. Tre Sensi heeft die met de door haar overgelegde bescheiden niet inzichtelijk gemaakt, zodat het verzoekt dient te worden afgewezen.
3.3. Subsidiair verzoekt [verweerder] bij toewijzing van het verzoek om toekenning van een vergoeding ad € 14.227,22 bruto.
De beoordeling
4.1. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.
4.2. Tre Sensi verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Tre Sensi heeft dit ter zitting ook nader toegelicht.
Tre Sensi heeft naar het oordeel van de kantonrechter echter onvoldoende stukken in het geding gebracht om die bedrijfseconomische noodzaak aannemelijk maken. Zoals [verweerder] in zijn verweerschrift terecht heeft aangevoerd, dienen - net als bij een ontslagaanvraag via het UWV-Werkbedrijf - jaarrekeningen en andere bescheiden te worden overgelegd, ter onderbouwing van de gestelde bedrijfseconomische situatie.
Volgens de heer [X] van Tre Sensi is de jaarrekening over 2009 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel, maar nu Tre Sensi deze stukken niet in het geding heeft gebracht, kan de kantonrechter hier geen rekening mee houden. De door Tre Sensi overgelegde kolommenbalans 2010 is, zo heeft de heer [X] ter zitting aangegeven, afkomstig uit zijn eigen boekhouding. Van enige accountantscontrole is niet gebleken. Bovendien komen de gegevens in die balans niet overeen met bijvoorbeeld de debetstand op het overgelegde bankafschrift. Ook blijkt uit die balans niet dat de heer [X], zoals hij heeft gesteld,
€ 380.000,- eigen vermogen in de onderneming heeft gestopt. De juistheid van de door
Tre Sensi gepresenteerde financiële gegevens staat dan ook allerminst vast. Ook de brief van de accountant maakt de bedrijfseconomische noodzaak niet aannemelijk, nu onduidelijk is op basis van welke gegevens de accountant tot de conclusie is gekomen dat er sprake is van een technisch faillissement.
4.3. Nu het verzoek van Tre Sensi gebaseerd is op bedrijfseconomische omstandigheden, maar die omstandigheden niet aannemelijk zijn geworden, dient het verzoek te worden afgewezen.
5. De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten tussen partijen te compenseren.
Beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek af;
compenseert de proceskosten zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Aldus gegeven te Heerenveen en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2011 door mr. R. Giltay, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.
c 41.