ECLI:NL:RBLEE:2011:BT2324
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Redelijke vergoeding bij intrekking makelaarsopdracht ondanks no cure no pay
De zaak betreft een geschil tussen een makelaarskantoor en opdrachtgevers over de verschuldigdheid van courtage na intrekking van een verkoopopdracht. De makelaar had de opdracht gekregen om een woning te verkopen, maar de opdracht werd tussentijds ingetrokken door de opdrachtgevers. De makelaar vorderde courtage omdat de woning kort na intrekking aan een geïnteresseerde werd verkocht die via een door de makelaar georganiseerde open huis was benaderd.
De opdrachtgevers betwistten de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van de makelaar en stelden dat zij geen courtage verschuldigd waren omdat geen resultaat was bereikt tijdens de opdracht (no cure no pay). De rechtbank oordeelde dat de makelaar onvoldoende had bewezen dat de algemene voorwaarden waren overhandigd, waardoor deze niet van toepassing waren.
Toch stelde de rechtbank vast dat de makelaar aanzienlijke inspanningen had verricht, waaronder meerdere open huizen, bezichtigingen en onderhandelingen met de koper. Gezien het voordeel dat de opdrachtgevers hadden bij deze inspanningen, vond de rechtbank het onaanvaardbaar dat de makelaar geen vergoeding zou ontvangen.
De rechtbank kende daarom een redelijke vergoeding toe gelijk aan de helft van de overeengekomen courtage, een bedrag van circa € 2.000,--, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De opdrachtgevers werden veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Makelaar ontvangt redelijke vergoeding van circa € 2.000,-- ondanks intrekking opdracht en geen verkoop tijdens opdracht.