ECLI:NL:RBLEE:2011:BU3705
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsvraag over eigendom chalet op waterpark als roerende of onroerende zaak
Eiseres kocht een chalet op een waterpark van een derde partij, waarna de chalet door Frökuip werd gekocht en doorverkocht aan een derde koper. Eiseres stelde dat het chalet een roerende zaak was en dat Frökuip onrechtmatig had gehandeld door het chalet te verkopen terwijl zij nog eigenaar was, met een beroep op artikel 3:86 lid 3 BW Pro, dat bescherming biedt aan de eigenaar van een roerende zaak die het bezit door diefstal heeft verloren.
Frökuip betoogde dat het chalet een onroerende zaak is, duurzaam met de grond verenigd, waardoor de eigendom niet rechtsgeldig aan eiseres was overgedragen. Daarnaast voerde zij aan dat de wettelijke bescherming van artikel 3:86 lid 3 BW Pro slechts geldt voor diefstal en binnen een termijn van drie jaar, welke termijn allang was verstreken toen eiseres haar vordering instelde.
De rechtbank overwoog dat het niet nodig was om definitief te bepalen of het chalet roerend of onroerend was, omdat in beide gevallen de vordering niet toewijsbaar was. Bij roerende zaak was de termijn van drie jaar verstreken, waardoor Frökuip eigenaar was geworden. Bij onroerende zaak was de eigendom niet aan eiseres geleverd omdat de grondeigenaar eigenaar bleef. Daarom wees de rechtbank de vordering af en veroordeelde eiseres in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiseres wordt afgewezen omdat de wettelijke termijnen zijn verstreken en het chalet juridisch onduidelijk is als roerende of onroerende zaak.