ECLI:NL:RBLEE:2011:BU5089
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en aanhorigheid perceel
De zaak betreft beroepen tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2002, 2004 en 2005. Eiser betwist dat een perceel grond als aanhorigheid van zijn eigen woning kan worden aangemerkt en voert aan dat de navorderingsaanslagen onterecht zijn opgelegd.
De rechtbank stelt vast dat verweerder bij de aanslag 2004 beschikte over een taxatierapport en leveringsakte waaruit blijkt dat het perceel een aanzienlijke oppervlakte heeft en een recreatieve bestemming kent. Dit vormde een bijzondere omstandigheid die verweerder had moeten doen twijfelen aan de juistheid van de aangifte. Het ontbreken van nader onderzoek door verweerder wordt aangemerkt als ambtelijk verzuim, waardoor de navorderingsaanslag 2004 wordt vernietigd.
Voor de jaren 2002 en 2005 oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van een rechtvaardigend nieuw feit en dat de aanslagen terecht zijn opgelegd. Het perceel is gescheiden van het erf waarop de woonboerderij staat en wordt niet als aanhorigheid aangemerkt omdat het niet dienstbaar is aan de woning en een zelfstandige recreatieve bestemming heeft.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser en gelast vergoeding van het griffierecht. Het beroep voor 2004 wordt gegrond verklaard, de beroepen voor 2002 en 2005 worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Navorderingsaanslag 2004 vernietigd wegens ambtelijk verzuim, overige aanslagen bevestigd; perceel geen aanhorigheid woning.