ECLI:NL:RBLEE:2011:BU7935
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling landbouwvrijstelling en herwaardering grond bij maatschap
De zaak betreft een geschil over de toepassing van de landbouwvrijstelling en artikel 70 Wet Pro IB 1964 bij de herwaardering van bouwgrond die door vader in een maatschap is ingebracht. De inspecteur had aanslagen inkomstenbelasting opgelegd over 2003 en 2004, inclusief heffingsrente, welke door eiser werden bestreden.
De rechtbank oordeelt dat de grond die door vader in de maatschap is ingebracht bewust onzakelijk was gewaardeerd, waardoor de zoon werd bevoordeeld. Partijen kwamen overeen de waarde van de bouwgrond te corrigeren naar de waarde in het economische verkeer. De rechtbank stelt vast dat de beschikking artikel 70 Wet Pro IB 1964 onherroepelijk is en dat de bestemmingswijzigingswinst bij het aangaan van de maatschap reeds is gerealiseerd, waardoor geen aanspraak meer bestaat op toepassing van deze beschikking.
Verder wordt geoordeeld dat de winstneming bij verkoop van bouwgrond correct is toegerekend aan het juiste boekjaar en dat de herinvesteringsreserves deels terecht zijn vrijgevallen. Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslagen worden verminderd en de heffingsrente dienovereenkomstig aangepast. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting over 2003 en 2004 worden verminderd met aanpassing van heffingsrente en proceskostenvergoeding.