ECLI:NL:RBLEE:2011:BV2387
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenvonnis bestuurdersaansprakelijkheid curator tegen voormalig bestuurder in faillissementen
De curator van meerdere failliete besloten vennootschappen en commanditaire vennootschappen vordert dat de rechtbank verklaart dat de gedaagde zijn taak als (middellijk) bestuurder kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld, wat een belangrijke oorzaak is van de faillissementen. Tevens wordt gevorderd betaling van het tekort van de boedel en een voorschot.
De curator baseert zijn vordering mede op het bewijsvermoeden van artikel 2:248 lid 2 BW Pro in samenhang met schending van de administratie- en boekhoudplicht (artikel 2:10 BW Pro) en de publicatieplicht (artikel 2:394 BW Pro). De gedaagde betwist de onbehoorlijke taakvervulling en de schendingen van genoemde plichten.
De rechtbank merkt op dat de artikelen 2:248 en 2:9 BW alleen betrekking hebben op besloten vennootschappen en niet op commanditaire vennootschappen, en begrijpt de vordering van de curator zodanig dat namens de beherende vennootschappen wordt gevorderd en namens de commanditaire vennootschappen alleen subsidiair op grond van onrechtmatige daad.
Vanwege de complexiteit wordt de curator in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken een akte in te dienen met nadere toelichting, waarna de gedaagde kan reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden tot die tijd.
Uitkomst: De rechtbank houdt de verdere beslissing aan en verwijst de zaak voor nadere akte van de curator.