ECLI:NL:RBLEE:2012:BV2623
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst door werknemer en loonvordering afgewezen
De werknemer was sinds februari 2009 als chauffeur werkzaam bij de werkgever en had een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd sinds maart 2011. In mei 2011 ontstonden betalingsachterstanden en onvrede bij de werknemer over het uitblijven van salarisbetalingen. De werknemer gaf aan niet meer te willen werken en wilde zijn dienstverband beëindigen. De werkgever probeerde hem te bewegen van zijn besluit af te zien en wees op de gevolgen van ontslag, maar de werknemer bleef bij zijn standpunt.
De kantonrechter stelde vast dat uit verklaringen van meerdere betrokkenen en schriftelijke correspondentie blijkt dat de werknemer ondubbelzinnig heeft laten weten zijn arbeidsovereenkomst te willen beëindigen. De werknemer heeft niet tijdig geprotesteerd tegen het beëindigen van het dienstverband en heeft geen werkzaamheden meer verricht vanaf 7 mei 2011.
De werknemer vorderde betaling van achterstallig salaris en vakantiebijslag, maar de kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst door de opzegging van de werknemer was geëindigd. De vorderingen werden daarom afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van de werkgever.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is geëindigd door opzegging van de werknemer en diens loonvordering wordt afgewezen.