ECLI:NL:RBLEE:2012:BW5785
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vervangende woonruimte na brand in appartement
Eiser vordert in kort geding dat WoonFriesland hem binnen twee dagen na vonnis alternatieve woonruimte aanbiedt tegen een vergelijkbare huurprijs, omdat zijn appartement door brand onbewoonbaar is geworden en hij geen vervangende woning heeft gekregen. WoonFriesland betwist dat er een huuroverhouding met eiser bestaat; de huurovereenkomst is met Stichting Verslavingszorg Noord Nederland (VNN), die het appartement aan eiser ter beschikking stelt.
De kantonrechter stelt vast dat de huurpenningen door de sociale dienst rechtstreeks aan WoonFriesland worden betaald, maar dit leidt niet tot een huurovereenkomst tussen eiser en WoonFriesland. De opzegging van de huurovereenkomst door VNN leidt ertoe dat WoonFriesland de huurovereenkomst met eiser kan voortzetten of beëindigen op grond van artikel 7:269 BW Pro. WoonFriesland heeft een beëindigingsgrond aangevoerd vanwege overlast veroorzaakt door eiser, wat voldoende aannemelijk is gemaakt.
De kantonrechter oordeelt dat WoonFriesland niet gehouden is om eiser vervangende woonruimte te bieden zolang een bodemprocedure loopt over de beëindiging van de huurovereenkomst. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. WoonFriesland dient binnen 14 dagen een bodemprocedure te starten.
Uitkomst: De vordering tot het aanbieden van vervangende woonruimte wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.