ECLI:NL:RBLEE:2012:BW7141
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst voormalig OR-lid wegens bedrijfseconomische redenen
SHP Bouwbedrijven verzocht de kantonrechter om toestemming voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met [gedaagde], voormalig lid van de ondernemingsraad (OR), vanwege bedrijfseconomische redenen. De arbeidsovereenkomst bestond sinds 1993 en het ontslag was onderdeel van een grotere reorganisatie waarbij acht arbeidsplaatsen binnen de functiegroep timmerman I kwamen te vervallen.
[gedaagde] voerde verweer en stelde dat het ontslag mogelijk verband hield met zijn recente OR-lidmaatschap, mede vanwege eerdere strubbelingen over CAO-toepassing en het feit dat juist twee voormalige OR-leden werden getroffen. Ook wees hij op de timing van de reorganisatie in relatie tot het afspiegelingsbeginsel.
De kantonrechter beperkte de toetsing tot het verband tussen het ontslag en het OR-lidmaatschap zoals bedoeld in artikel 7:670a BW. Geconstateerd werd dat UWV WERKbedrijf de ontslagvergunning had verleend na correcte toepassing van het afspiegelingsbeginsel. De kantonrechter vond onvoldoende concrete aanwijzingen voor een verband tussen het ontslag en het OR-lidmaatschap en oordeelde dat het ontslag louter bedrijfseconomisch was.
Daarom werd toestemming verleend voor het ontslag en werden de proceskosten gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Toestemming verleend voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met voormalig OR-lid op bedrijfseconomische gronden zonder verband met het OR-lidmaatschap.