ECLI:NL:RBLEE:2012:BW7774
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevel tot in de macht stelling van kavels op grond van artikel 204 Landinrichtingswet
De Landinrichtingscommissie verzocht de rechtbank om een bevel uit te vaardigen op grond van artikel 204 Landinrichtingswet Pro, waarmee kavels die zijn toegedeeld aan nieuwe eigenaren of gebruikers bij voorraad in hun macht kunnen worden gesteld. Dit verzoek volgde op het plan van toedeling voor de ruilverkaveling Baarderadeel, dat onherroepelijk is geworden.
[Verweerder], de huidige gebruiker van de kavels, betwistte het verzoek en stelde dat de overdracht vrijwillig zou moeten zijn en dat hij schade zou lijden door de kaveloverdracht, met name door de afstand tot zijn boerderij. De Landinrichtingscommissie stelde dat een belangenafweging bij toepassing van artikel 204 Liw Pro. niet aan de orde is en dat de omrijschade onderdeel is van de geldelijke regelingen.
De rechter-commissaris oordeelde dat wel een belangenafweging vereist is, maar dat het belang van de nieuwe eigenaren om de kavels te gebruiken en subsidies aan te vragen zwaarder weegt dan de omrijschade van [verweerder]. Bovendien werkt [verweerder] als enige niet mee aan de kavelovergang, wat het ruilproces belemmert. Het verzoek werd daarom toegewezen en ieder draagt zijn eigen proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot in de macht stelling van kavels wordt toegewezen ondanks bezwaar van huidige gebruiker.