ECLI:NL:RBLEE:2012:BX3986
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid deelgenoot tot instellen rechtsvordering bij beheersregeling gemeenschap
In deze zaak vordert [X], deelgenoot in een gemeenschap met zijn broer [Y], betaling van achterstallige huur van een bedrijfsruimte die zij gezamenlijk bezitten. De huur werd betaald door de stichting die het pand huurt, maar niet op de door [X] aangewezen bankrekening, doch op een derdengeldrekening van een rentmeester.
Er was een beheersregeling vastgesteld waarbij [Y] met uitsluiting van [X] het beheer over de onroerende zaak voerde. De kantonrechter oordeelt dat op het moment van dagvaarding [X] niet meer bevoegd was om namens de gemeenschap rechtsvorderingen in te stellen. Hierdoor wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot betaling van de achterstallige huur.
De stichting vordert in reconventie een verklaring voor recht dat zij de huurpenningen bevrijdend kan betalen op de derdengeldrekening van de rentmeester of een door [Y] aan te wijzen rekening. Deze vordering wordt erkend door [X] en toegewezen. De kantonrechter veroordeelt [X] in de proceskosten, die aan de zijde van de stichting nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot betaling achterstallige huur wegens beheersregeling die beheer aan andere deelgenoot toekent.