ECLI:NL:RBLEE:2012:BX5568
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering contractuele huurder om ex-partner uit huurwoning te zetten na beëindiging relatie
Partijen hadden een langdurige affectieve relatie en woonden samen met hun zoon in een huurwoning waarvan de huurovereenkomst op naam van eiser stond. Na beëindiging van de relatie in april 2012 bleef de ex-partner met de zoon in de woning wonen, terwijl eiser geen vaste woonplaats meer had.
Eiser vorderde dat de ex-partner de woning zou verlaten en hem het huurrecht zou worden toegekend. De ex-partner voerde aan dat zij medehuurster was op basis van de gezamenlijke woonsituatie en dat een belangenafweging moest plaatsvinden, waarbij het belang van het kind en haar woonlasten zwaar wogen.
De kantonrechter oordeelde dat het huurrecht niet uitsluitend aan eiser toekomt, omdat het medehuurderschap niet alleen op formele gronden wordt beoordeeld maar ook op de onderlinge rechtsverhouding. Gezien het belang van het kind om in zijn vertrouwde omgeving te blijven en het ontbreken van alternatieve woonruimte voor de ex-partner, viel de belangenafweging in haar voordeel uit.
Daarom werd de vordering van eiser afgewezen en werd hij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de contractuele huurder om zijn ex-partner uit de woning te zetten wordt afgewezen; de ex-partner mag blijven wonen.