ECLI:NL:RBLEE:2012:BY3396
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor dood door schuld door nalatigheid bij GHB-gebruik slachtoffer
Op 28 januari 2011 namen verdachte, medeverdachte en slachtoffer GHB in. Slachtoffer viel in een diepe slaap in een auto in vrieskou, waarna verdachte en medeverdachte hem meerdere uren in de auto lieten liggen zonder adequate medische hulp in te schakelen. Deskundigen stelden vast dat het overlijden van het slachtoffer werd veroorzaakt door een combinatie van GHB-intoxicatie en onderkoeling.
De rechtbank oordeelde dat verdachte en medeverdachte hun zorgplicht ernstig hadden geschonden door nalatig te handelen, ondanks hun kennis van de toestand van het slachtoffer en de gevaren van GHB en kou. Er was sprake van medeplegen, omdat zij gezamenlijk nalieten het slachtoffer te beschermen.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen verwijt kon worden gemaakt omdat hij handelde naar beste weten en het slachtoffer werd geobserveerd, maar dit werd verworpen. De rechtbank stelde vast dat het causale verband tussen nalaten en overlijden wettig en overtuigend was bewezen.
Verdachte werd veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een schadevergoeding van €7.397,81 aan de benadeelde partij toegewezen. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, wegens dood door schuld door nalatigheid.