ECLI:NL:RBLEE:2012:BY6177
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vergoeding proceskosten in geschil over navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2003
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 2003 die door verweerder was opgelegd en later verminderd. Het geschil betrof uitsluitend de vraag of eiseres recht had op vergoeding van haar proceskosten.
Partijen waren het eens dat indien verweerder voorafgaand aan de navorderingsaanslag beschikte over een brief van 15 mei 1997, eiseres recht zou hebben op integrale proceskostenvergoeding. Ter zitting is een bewijsakkoord gesloten waarbij partijen de beantwoording van deze vraag afhankelijk stelden van een ambtseedverklaring van de controlerend ambtenaar.
Uit deze verklaring bleek dat de controlerend ambtenaar de betreffende brief niet had ontvangen en deze ook niet in het controledossier aanwezig was. De rechtbank oordeelde dat eiseres gebonden was aan het bewijsakkoord en dat onvoldoende is komen vast te staan dat verweerder de brief had. Daarom werd het verzoek om integrale kostenvergoeding afgewezen, maar werd verweerder veroordeeld tot een forfaitaire proceskostenvergoeding van €1.528,50 plus vergoeding van het griffierecht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van forfaitaire proceskostenvergoeding en griffierecht aan eiseres.