ECLI:NL:RBLEE:2012:BY6312
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning voor opgraving en herbegraving ondanks eerdere mondelinge toezegging
Eiseres verzocht om een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging om het lichaam van haar overleden echtgenoot te mogen opgraven en herbegraven in Borne. Verweerder weigerde deze vergunning, onder verwijzing naar het beleid dat grafrust de eerste tien jaar na begrafenis niet mag worden verstoord vanwege onder andere medisch-hygiënische redenen.
Hoewel verweerder aanvankelijk mondeling had toegezegd de vergunning te verlenen, werd deze toezegging later ingetrokken nadat bleek dat de door eiseres aangevoerde argumenten voor herbegraving, zoals haar medische situatie en de zorgcapaciteit van haar dochter in Leeuwarden, niet juist waren. De rechtbank oordeelde dat een bestuursorgaan in beginsel gehouden is toezeggingen na te komen, maar dat in dit geval de intrekking gerechtvaardigd was vanwege gewijzigde inzichten.
De rechtbank concludeerde dat het beleid van verweerder niet onredelijk was en dat geen uitzonderingen op de grafrustperiode van tien jaar konden worden gemaakt. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor opgraving en herbegraving wordt ongegrond verklaard.