ECLI:NL:RBLEE:2012:BY6831
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat geen vermogenstoets mag worden toegepast bij Wmo-aanvraag traplift
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen om zijn aanvraag voor een traplift in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) af te wijzen. Het college had de aanvraag afgewezen omdat de kosten al waren gemaakt en omdat de aanvrager volgens het college financieel zelf in staat zou zijn de voorziening te bekostigen, wat neerkomt op een vermogenstoets.
De rechtbank beoordeelt dat artikel 4, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) de gemeente verplicht rekening te houden met de capaciteit van de aanvrager om zelf in maatregelen te voorzien, maar dat dit niet betekent dat een vermogenstoets of andere inkomenstoets voorafgaand aan de toelating tot de Wmo mag worden toegepast. De jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de parlementaire geschiedenis tonen aan dat de wetgever dit niet heeft beoogd en dat inkomensbeleid de verantwoordelijkheid van het Rijk is.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit van 29 november 2010. Het college wordt opgedragen de traplift in de vorm van een pgb toe te kennen, met inachtneming van de eigen bijdrage zoals geregeld in de artikelen 15 en 19 van de Wmo. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het college dient de traplift in de vorm van een pgb toe te kennen zonder toepassing van een vermogenstoets voorafgaand aan de toelating tot de Wmo.