Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser 1],
[eiseres 2],
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [gedaagde 1].
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een vordering van eisers tot opheffing van conservatoir beslag en gerechtelijke bewaring van paarden, alsmede tot benoeming van een andere bewaarder. Eisers stelden dat het beslag onrechtmatig was omdat de paarden reeds aan hen waren verkocht en dat de bewaarder partijdig zou zijn en de paarden slecht zou verzorgen.
De rechtbank oordeelde dat eisers niet ontvankelijk waren in hun vorderingen jegens de bewaarder, aangezien deze slechts een functionaris is. Ten aanzien van het beslag stelde de rechtbank vast dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat het beslag onrechtmatig was. De koopovereenkomst tussen eisers werd gemotiveerd weersproken en het eigendom van de paarden niet overtuigend aangetoond.
Ook het verweer dat de bewaarder partijdig zou zijn en de paarden slecht verzorgde werd niet bewezen. Inspecties door de NVWA en dierenarts gaven geen aanleiding tot klachten. De vorderingen tot opheffing van het beslag, opheffing van de bewaring en benoeming van een andere bewaarder werden daarom afgewezen. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot opheffing van het conservatoir beslag en gerechtelijke bewaring van de paarden worden afgewezen.