ECLI:NL:RBLIM:2013:12698
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken feitelijke grondslag
Verzoeker diende op 2 oktober 2013 een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter wegens vermeende partijdigheid. Dit volgde op een zitting waarbij verzoeker meende dat de rechter onjuist had gehandeld door ondanks zijn ziekte de comparitie door te laten gaan en een verjaringsverweer te activeren. Verzoeker baseerde zijn wrakingsverzoek mede op een zogenaamd 'track record' van vermeende vooringenomenheid.
De rechter weerlegde deze beschuldigingen en lichtte toe dat de procedure correct was gevolgd, met inachtneming van ziekte van verzoeker en procesrechtelijke beslissingen. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek deels te laat was ingediend en dat de feiten die werden aangevoerd onvoldoende waren om een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid te rechtvaardigen.
De wrakingskamer benadrukte dat wraking alleen kan slagen bij uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid opleveren. Verzoeker had geen concrete feiten aangeleverd die dit konden onderbouwen. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd het proces voortgezet in de bestaande stand.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kantonrechter is afgewezen wegens ontbreken van feitelijke grondslag.