De rechtbank Limburg heeft verdachte veroordeeld voor het bezit van vier kinderpornografische afbeeldingen die voldoen aan de tenlastelegging, waarbij telkens een persoon onder de 18 jaar in seksuele gedragingen zichtbaar is. Twee van de zes expliciet genoemde afbeeldingen voldeden niet aan de beschrijving in de tenlastelegging, waardoor verdachte daarvan vrijgesproken is. Van de overige 104 afbeeldingen ontbrak een nadere beschrijving, waardoor ook daarvoor vrijspraak volgde.
De rechtbank achtte het bewezenverklaarde strafbaar op grond van artikel 240b Sr en veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van het bezit van kinderporno, de beperkte hoeveelheid afbeeldingen, het ontbreken van geweld of seksueel binnendringen op de beelden, het blanco strafblad van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn met bijna twee jaar.
Daarnaast werden de in beslag genomen harddisks, waarop de afbeeldingen waren aangetroffen, onttrokken aan het verkeer. De rechtbank benadrukte het belang van bestrijding van kinderporno en de verantwoordelijkheid van bezitters om de vraag naar kinderporno te verminderen.
De uitspraak werd gedaan in verstek, aangezien verdachte niet aanwezig was bij de terechtzitting. Tegen het vonnis kan binnen 14 dagen hoger beroep worden ingesteld.