ECLI:NL:RBLIM:2013:4790
Rechtbank Limburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontruiming en betaling huur wegens ontbreken spoedeisend belang
Eiseres, moeder van gedaagde, vordert ontruiming van een woning en betaling van achterstallige huur. De woning was verkocht aan gedaagde en haar zus, met een gebruiksrecht voor eiseres en haar overleden echtgenoot. Gedaagde woonde sinds 2009 met haar dochter in de woning en betaalde vanaf december 2009 huur, maar bleef daarna achter met betalingen.
Eiseres stelt dat zij als vruchtgebruikster bevoegd is de woning te verhuren en dat gedaagde tekortschiet in haar betalingsverplichtingen. Gedaagde betwist het bestaan van een geldige huurovereenkomst en stelt dat zij mede-eigenaar is en de woning inmiddels heeft verlaten.
De rechtbank beoordeelt of er sprake is van een spoedeisend belang bij eiseres. Financiële problemen worden door gedaagde betwist en onvoldoende onderbouwd door eiseres. Ook emotionele en psychische belasting wordt niet als voldoende spoedeisend belang erkend. Daarnaast is het geschil feitelijk en juridisch nog niet uitgekristalliseerd en heeft eiseres te lang gewacht met het instellen van de vordering.
Daarom wordt de vordering afgewezen en worden de proceskosten gecompenseerd vanwege de familieband tussen partijen.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming en betaling van huur wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.