De veroordeelde werd veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, waaronder klinische behandeling en reclasseringstoezicht.
Binnen drie weken onttrok hij zich tweemaal aan de klinische behandeling, wat aanleiding gaf tot een vordering tot volledige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf. De verdediging stelde dat de onttrekkingen niet uit onwil, maar uit onzekerheid voortkwamen en dat de veroordeelde alsnog openstaat voor begeleiding.
De rechtbank oordeelde dat de bijzondere voorwaarde niet was nageleefd, maar dat volledige tenuitvoerlegging het toezicht en daarmee de klinische behandeling zou beëindigen. Gezien het hoge recidiverisico en de noodzaak van behandeling, gelastte de rechtbank de tenuitvoerlegging van een deel van de straf (10 weken) onder instandhouding van de voorwaarden.
De proeftijd werd niet verlengd omdat de duur reeds toereikend was. De beslissing werd genomen na advies van de reclasseringswerker en een persoonlijk onderzoek waaruit een antisociale persoonlijkheidsstoornis met psychopathische trekken bleek.