Op 24 november 2011 werd verdachte aangehouden als bijrijder in een auto waarin een kilo amfetamine werd vervoerd. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen en medeplichtigheid aan het opzettelijk buiten Nederland brengen en vervoeren van amfetamine.
De officier van justitie stelde dat verdachte wist van de amfetamine en actief deelnam door mee te rijden, terwijl de verdediging betoogde dat verdachte slechts uit vriendendienst meereed, aanvankelijk dacht dat het om wiet ging en zich niet kon distantiëren toen hij hoorde dat het amfetamine betrof.
De rechtbank oordeelde dat er geen bewijs was dat verdachte uitvoerende of ondersteunende handelingen had verricht die duidden op medeplegen of medeplichtigheid. Zijn aanwezigheid en het mogelijk ontvangen van een kleine vergoeding waren onvoldoende. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.