De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van bezit van circa 1,3 gram cocaïne op 17 augustus 2012 in Venray. De politie hield verdachte staande en arresteerde hem op basis van informatie over drugshandel in de wijk ’t Brukske. Tijdens de aanhouding werd verdachte onderzocht en werd cocaïne gevonden, waarna hij een bekennende verklaring aflegde.
De rechtbank beoordeelde echter de rechtmatigheid van het politieoptreden. Het enkele feit dat verdachte met een Duitse auto in de wijk parkeerde en zich kort uit het zicht begaf, vormde onvoldoende grond voor een redelijk vermoeden van schuld. De staande houding en de oppervlakkige aftasting van verdachte waren daarom onrechtmatig. Omdat dit vormverzuim onherstelbaar was en het bewijsmateriaal direct daarmee samenhing, werd het bewijs uitgesloten.
Zonder dit bewijs was er geen andere aanwijzing dat verdachte het ten laste gelegde feit had begaan. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij. Het vonnis werd gewezen door een meervoudige kamer en uitgesproken op 4 september 2013.