ECLI:NL:RBLIM:2013:5647
Rechtbank Limburg
- Wraking
- W.E. Elzinga
- E.P. Van Unen
- A.M. Schutte
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen kantonrechter na eindvonnis
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter wegens vermeende partijdigheid, gebaseerd op onjuiste proces-verbaalweergave en vermeende onheuse bejegening tijdens de procedure met hun huurder.
De rechter wees op niet-ontvankelijkheid omdat het wrakingsverzoek pas na het eindvonnis van 6 maart 2013 werd ingediend, terwijl een wrakingsverzoek voorafgaand aan het eindvonnis moet worden ingediend. Het herstelvonnis dat een kennelijke verschrijving corrigeert, doet het oorspronkelijke vonnis niet vervallen.
De wrakingskamer bevestigde dat het eindvonnis bleef gelden en dat het verzoek daarom niet-ontvankelijk was. De kamer wees ook op de wettelijke regeling omtrent verbetering van vonnissen en de jurisprudentie van de Hoge Raad. De beslissing werd op 28 juni 2013 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het na het eindvonnis is ingediend en herstelvonnis het oorspronkelijke vonnis niet vervalt.