Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.Het onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;
- is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;
- zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;
- zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
4.De beoordeling van het bewijs
- SIN AADH9105NL: een paar schoenen, merk Botticelli, kleur zwart, verdachte [medeverdachte 1];
- SIN AADH9095NL: een t-shirt, merk Calvin Klein, kleur paars, verdachte [verdachte];
- SIN AADH9097NL: een pet, merk Lacoste, kleur zwart, verdachte [verdachte];
- SIN AADH9098NL: een paar schoenen, merk Lacoste, verdachte [verdachte].
Aangeefster [slachtoffer 2] [23] verklaarde hierop – zakelijk weergegeven – als volgt: “Deze schoen heb ik zo goed bekeken. Die schoen is voor mij tijdens het hele proces kenmerkend geweest. Hij is voor mij heel specifiek. Ik herken deze schoen aan de naam Botticelli en de combinatie zwart lak en mat, het glanzende plastic en de matte stof.”
Aangeefster [slachtoffer 1] [24] verklaarde hierop – zakelijk weergegeven – als volgt: “Die schoen heb ik bij de overval gezien. Die werd gedragen door diegene die bij mij stond. In mijn verklaring heb ik ook gezegd dat het een schoen was waarbij lak, ik zie nu dat het plastic is, en stof elkaar afwisselen. Er stond ook een merknaam op de zijkant, net als bij de schoen die u mij toont. Ik herken de schoen voor 100% zeker als dezelfde schoen die tijdens de overval werd gedragen door de overvaller die ik het beste heb gezien.”
verbalisant [verbalisant 10] [25] – zakelijk weergegeven – over de bewakingsbeelden in relatie tot de in de vluchtauto en in een composthoop aangetroffen sjaals. Bij dit proces-verbaal zijn diverse prints van camerabeelden alsmede foto’s van de sjaals gevoegd.
DNA-onderzoekuit. Betreffende rapportage [27] vermeldt – zakelijk weergegeven – als volgt: “Het te onderzoeken materiaal betrof (onder andere) een sjaal aangetroffen in een composthoop (SIN AACM0560NL) en een sjaal aangetroffen op de achterbank (van de auto met kenteken) [kenteken 1] (SIN AACM0568NL). Beide sjaals bevatten in het midden een knoop. Deze knopen zijn losgehaald en de sjaals zijn aan beide zijden, in het midden waar de knoop zich bevond, bemonsterd. Deze bemonsteringen zijn als AACM0560NL#01 en #02 en AACM0568NL#01 en #02 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek. Van het DNA in de bemonsteringen AACM0560#01 en #02 en AACM0568NL#02 zijn DNA-mengprofielen verkregen.”
aanvullend DNA-onderzoekuit. Betreffende rapportage [28] vermeldt – zakelijk weergegeven – als volgt: “De DNA-mengprofielen van het celmateriaal in de bemonsteringen AACM0560NL#01, AACM0560NL#02 en AACM0568NL#02 van de sjaals zijn vergeleken met de DNA-profielen van [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2]. Uit de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: De DNA-profielen van [verdachte] en [medeverdachte 2] matchen met het DNA-mengprofiel van het celmateriaal in de bemonstering AACM0560NL#01. Het DNA-profiel van [verdachte] matcht met het DNA-mengprofiel van het celmateriaal in de bemonstering AACM0560NL#02. Het DNA-profiel van [medeverdachte 1] matcht met het DNA-mengprofiel van het celmateriaal in de bemonstering AACM0568NL#02. De aanwezigheid van (een relatief geringe hoeveelheid) celmateriaal van [verdachte] kan niet worden uitgesloten. Evaluaties van de wetenschappelijke bewijswaardes van de gevonden matches zijn niet uitgevoerd. In deze gevallen ontbreekt informatie om deze match statistisch te onderbouwen.”
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De oplegging van straf en/of maatregel
8.De benadeelde partij Jan Linders BV
9.De benadeelde partij [slachtoffer 2]
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het onder 1 ten laste gelegde feit bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 26 maanden;
Jan Linders BV;
- bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 15.521,13 ten behoeve van voornoemde benadeelde partij daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemde benadeelde partij komt te vervallen;
- bepaalt dat de verdachte zal zijn bevrijd voor zover voornoemde benadeelde partij - al dan niet via de betaling aan de Staat – door (één van) verdachtes mededaders is voldaan;