ECLI:NL:RBLIM:2013:8066
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot extra vergoeding mentor voor werkzaamheden tijdens vermissing betrokkene
Verzoekster, voormalig mentor van betrokkene, verzocht om een extra vergoeding naast de gebruikelijke vergoeding voor werkzaamheden verricht in de periode van 14 december 2012 tot 17 januari 2013, toen betrokkene vermist was. De mentor had in deze periode 41 uur overleg gepleegd met diverse instellingen, waarvoor een bedrag van €1.394,-- werd gevorderd.
De kantonrechter oordeelde dat de werkzaamheden met betrekking tot de vermissing niet inherent zijn aan het mentorschap en derhalve niet voor vergoeding in aanmerking komen. Daarbij speelde mee dat diverse professionele instanties, gespecialiseerd in dergelijke zaken, bij de opsporing betrokken waren. Hoewel de hulp van de mentor waardevol was, kan deze niet worden vertaald in een geldelijke vergoeding omdat het hulpverlenen in dergelijke situaties iets is wat iedere goed burger zou doen en niet exclusief verbonden is aan het mentorschap.
Op basis hiervan wees de kantonrechter het verzoek tot extra vergoeding af en bevestigde dat alleen de gebruikelijke vergoeding voor het mentorschap toekomt.
Uitkomst: Het verzoek om een extra vergoeding voor werkzaamheden tijdens de vermissing van betrokkene is afgewezen.